Jij bent een zomer die voor eeuwig straalt,
En nooit raak jij iets van je schoonheid kwijt,
Of snoeft dood dat je in zijn schaduw dwaalt,
Maar door mijn vers groei jij in eeuwigheid.
Zolang de mens adem en ogen heeft,
Zolang leeft dit, dat jou het leven geeft.